Groetjes uit Brisbane! Het liefst zou ik jullie allemaal zo’n fijne ansichtkaart willen sturen met een foto van de skyline en een paar vrolijke rondspringende kangoeroes. Mooi was die tijd. Dat je elkaar nog op de hoogte hield via kaarten en brieven, zodat je iedere dag hoopvol naar je brievenbus kon rennen. Om vervolgens in sierlijke handgeschreven letters (of in mijn geval onleesbare hanenpoten) terug te schrijven. Geweldig toch?! Laten we collectief e-mail en WhatsApp afschaffen en weer brieven gaan schrijven. Oké, ik moet bekennen dat ik tijdens onze hele reis nog geen kaart verstuurd heb, maar het is nog niet te laat! Om het ansichtkaartgevoel een beetje te vergroten heb ik Mitsy.nl, onder professionele begeleiding van de vormgevende website-koning Niels de Vries, in een nieuw jasje gestoken. Geheel met een handgeschreven-ogend lettertype en de mogelijkheid om door mijn digitale fotoboek te swipen. Alleen de postbode en het geurende briefpapier mag je er zelf nog even bij fantaseren.

Ondertussen zijn we al bijna zes weken in Australië. De tijd gaat zo snel! Voor je het weet staan we weer op Schiphol. Ondanks dat ik wel kan verlangen naar ons eigen Hello Goodbye-moment, blijven we voorlopig nog even in Ozzie. Sowieso verlaat ik dit land niet voordat ik ten minste één kangoeroe, één koala en één quokka in het echt gezien heb. Maar ik zal jullie even bijpraten over onze tijd hier. We kwamen half augustus aan in Brisbane, sliepen drie nachten in een AirBnb, één nacht in een backpackershostel en vonden toen een kamer bij Celia. Op loopafstand van het gezellige West End. Celia is een lieve Australische vrouw die samen met haar bejaarde moeder op de benedenverdieping van het huis woont. De middenverdieping delen wij met een Braziliaans stel. Onze kamer is voorzien van een donkerblauw tapijtje, hemelbed, eigen koelkast, waterkoker en inloopkast. Het is zo lekker om na tien maanden backpacken je spullen allemaal uit je tas te halen en in een kast te hangen. Het klinkt misschien suf, maar al die huiselijke dingen ga je toch een beetje missen. Ik vond het zelfs leuk om te stofzuigen. Dan weet je dat het tijd is om werk te gaan zoeken. 😉 Na anderhalve week rondvragen, cv’s uitdelen, online zoektochten en Facaebook-oproepen begon de moed me een beetje in de schoenen te zakken. Er waren wel een paar aanbiedingen binnengekomen, waaronder als gastvrouw voor Tupperware-parties of als schoonmaker in een hotel. Toch niet helemaal wat ik me had voorgesteld van mijn eerste baantje in Australie. Uit pure wanhoop heb ik mijn advertentie aangepast van full time naar 25 uur (maar liever meer). De volgende dag kreeg ik een berichtje. “Are you still looking for employment? I am willing to let you do a trial shift”.

Met klamme handjes en een hartslag van minstens 350 bpm zat ik in de bus naar Newstead. Driftig hopend dat de zenuwen wel weg zouden gaan als ik eenmaal op de vloer zou staan. Dat was helaas niet helemaal het geval. “Je hoeft alleen maar pizza’s te serveren. Dat kan iedere idioot!” sprak ik mezelf moed in. Zonder succes. Als een op hol geslagen Duracel-konijn rende ik door het restaurant. Ik wilde minstens een keer of twintig door de grond zakken. De horeca-ervaring die ik tien jaar geleden heb opgedaan in een rustig eetcafé op de Veluwe is toch “niet helemaal” hetzelfde als werken in een druk Italiaans restaurant. Alleen het onthouden van de tafelnummers laat mijn hoofd al tollen. 22, 23, 23b… 47, 49 Waaah! En toen liet ik ook nog een vol dienblad met cocktails en wijn omvallen. Na twee uur stuntelen vertelde de manager dat mijn shift erop zat. “Shit! Ik heb gefaald!” In gedachten zag ik mezelf al met een jolige groep huismoeders aan een lange tafel zitten tussen die oh-zo-handige Tupperware bakjes… “You can keep your shirt. I will let you know about the hours tomorrow.” zegt de manager. Wat? Ik stel voor om het shirt te wassen en het dan terug te brengen, zodat ze het nog voor iemand anders kan gebruiken. “No, the job is yours. I’ll send you the schedule tomorrow.” Waaaat??

Er komt inderdaad een rooster, alleen blijk ik daar maar twee avondjes op te staan. Woensdag en zaterdag. 9 uur totaal. Holy shit! Ik dacht dat het voor minstens 25 uur zou zijn. Als ik structureel maar zo weinig werk, dan kan ik niet eens de huur betalen. Laat staan sparen om verder te reizen. Mijn gedachten dwalen weer af naar de Tupperware-parties, maar ik besluit eerst nog even te mailen met mijn nieuwe werkgever. Ze belt een paar uur later om te vragen of ik diezelfde avond nog kan komen werken en stelt me gerust. Sommige weken is het 20 uur, maar andere weken wel 40 uur in de week. Dat klinkt al beter! Gelukkig is er ook verbetering te bespeuren in mijn serveer-skills. Er sneuvelen minder glazen en ik loop nu (soort van) zelfverzekerd met drie borden en volle dienbladen door het restaurant. Een week later sta ik zelfs het populaire cheese wheel te doen. (Met een blow torch een grote kaas opwarmen en daar vervolgens pasta met kaassaus in rondroeren.) Het ziet er indrukwekkend uit, maar het moeilijkste deel was (voor mij) vooral het correct uitspreken van de kaassoort: “Grrrana Padano”.

Dan denk je dat je het allemaal best wel op orde hebt. Leuke kamer, leuk werk. Maar helaas moeten we na twee weken al verhuizen. De buurman heeft geklaagd dat er te veel mensen in het huis wonen. Hij had zelfs bewijsmateriaal verzameld, waaronder foto’s van alle huidige en vorige huurders. Indrukwekkend hoor buurman! Er wonen in totaal zes mensen in een huis met minstens vijf slaapkamers en vier badkamers. Verre van teveel lijkt me. Toch vraagt Celia ons om iets anders te zoeken, omdat er nu van alles met de gemeente geregeld moet worden. De volgende dag zitten we dus weer in een AirBnb het web af te speuren naar een nieuwe woonruimte. Gelukkig vinden we er na drie dagen eentje die binnen ons budget valt. Het is een beetje een man cave en er moet flink schoongemaakt worden, maar het is wel een kamer met eigen badkamer en uitzicht op de rivier.

Van de betrouwbare bronnen Tilly & Floris hebben we gehoord dat je op Stradbroke Island kangoeroes en koala’s kunt zien. Als je een beetje geluk hebt zie je daar vanaf de kust zelfs walvissen. Hoog tijd voor een dagtrip naar Straddie. We reizen in drie uur met een trein, bus, ferry en nog een bus naar het lookout point van Stadbroke Island en lopen richting het water. Het eerste strand dat we tegenkomen is zo mooi, dat alleen dit uitzicht de reis al waard is. Niet veel later zien we een walvis met zijn staart op het water klappen. Later volgen er meer en we zien er zelfs een paar keer één springen. Ondanks de afstand is het super indrukwekkend! Het is helaas niet dichtbij genoeg voor een National Geographic-waardige foto, maar met een beetje fantasie zie je wel dat het een walvis is. Met zo veel geluk kunnen die kangoeroes en koala’s niet lang meer op zich laten wachten. De hele dag kijken we hoopvol om ons heen, maar we moeten genoegen nemen met de iconische gele bordjes waar de dieren op staan afgebeeld.

De dagtrip naar Straddie smaakt naar meer, maar dat soort excursies zijn toch een stuk makkelijker als je een auto hebt. Een geweldig excuus om op zoek te gaan naar een geschikte bolide. Er worden drie indrukwekkende 4×4’s aan het een grondige inspectie onderworpen door mijn uiterst kundige bandenschoppertje. Bolide nummer 3 komt als beste uit de test en gaat met ons mee naar huis. Het is een groen-grijze Toyota Prado uit 1997 met een bull bar, rooftop rack en zonnepaneel. Oordeel vooral zelf, maar ik vind het een extreem stoer ding.

Dat stoere ding moet alleen nog even voorzien worden van een bedplateau met voldoende opbergruimte, zodat we er straks ook lange road trips mee kunnen maken. Nogal een uitdaging, aangezien ik normaal gesproken mijn vader al bel als er een schroefje in de muur geboord moet worden. Niels staat helaas ook niet bekend om zijn handy man skills. Dat wordt nog even bevestigd door zijn ouders als we ze van het vliegveld in Brisbane halen. “Die jongen kan nog geen plank recht ophangen” aldus Hans. We stellen het klussen nog even uit, om twee dagen flink bij te praten en van de stad te genieten met de Vriesjes. Dan reizen de avonturiers al verder richting Cairns.

Al dat vertrouwen in onze klusvaardigheid zorgt er wel voor dat we nu extreem gemotiveerd zijn om er iets heel moois van te maken. We zoeken naar voorbeelden op Pinterest, vinden tutorials op YouTube, meten alles wat er te meten valt en maken vervolgens heuse bouwtekeningen. Dan begint het af en aan rijden naar de Bunnings (de Australische Gamma). Plywood, gereedschap, schroefjes, heavy duty sliders, nog meer schroefjes, een zaag, verf, scharniertjes, tie-wraps en nog meer schroefjes. Binnen no time hebben we het hele bedplateau met uitschuifbare lade in elkaar geschroefd en voorzien van een kleurtje. Ajeto! Kunnen wij het maken? Nou en of wij het kunnen maken! Er was misschien een piepklein inschattingsfoutje met het opklapbare deel van het bedplateau, maar met een kleine aanpassing (hoekje eraf zagen) was dat zo opgelost. We zijn zo trots dat er tientallen klusfoto’s en -video’s verstuurd worden naar familie, vrienden en collega’s. Tijd voor inrichting en decoratie! Ik kan helemaal los met het uitzoeken van handdoeken, dekbedovertrek, opbergbakjes, borden, kommen, kaarsen, campingstoeltjes, lampjes, (volgens Niels veel te veel) kussentjes, kussenhoesjes en van die handige strijkzomen. Binnen een week hebben we gewoon een auto die helemaal klaar is voor een road trip met overnachting. Whoopdiedoo! We plannen een trip van twee dagen naar Fraser Island met Willemieke, zodra zij weer boven water is (ze is aan het duiken in the Great Barrier Reef). Daarover later meer.

Last but not least nog een alinea over de reden dat we überhaupt naar Brisbane zijn gekomen. De man die we minstens iedere week een paar keer gezien hebben, maar die gek genoeg nog niet in dit bericht voorkomt: Casper Harteveld! De oplettende lezer heeft zijn naam wellicht al een keer voorbij zien komen. We begonnen vorig jaar in Boston bij Casper en Jordan. We vierden de verjaardag van Niels met Cassie in Boston en ook dit jaar was hij van de partij. De koning van de flauwe grappen, langdradige verhalen en altijd in voor een biertje. Kortom, die kun je er prima bij hebben! 😉